Verhalen van de stamtafel.

april 24, 2010

 

Verhalen van de stamtafel gaat over de verhalen van de laatst gesloten stamkroeg van Noordhorn naast de molen. Ook zijn er de verhalen die door de mensen zijn verteld aan de “stamtafel” en die ik toegestuurd heb gekregen, het is leuk om dit door te geven en hoop dat een ieder hier van mag genieten,

veel plezier,

Frans van der Veen.

De Stamtafel

 

 

De molen slaat op hol…..

 

Noordhorn bezit gelukkig nog steeds een mooie molen, maar die was er eind jaren tachtig begin negentig niet meer geweest.

Het was op een maandag ergens in februari het was tamelijk zacht voor de tijd van het jaar, maar rond de middag begon het als een gek te waaien een echte storm, nou kastelein, dat gaat tekeer buiten. “Ja”, zei de man dat kun je wel zeggen, wie is er op de molen? Vroeg iemand anders, nou volgens mij niemand hoezo? Nou hoor je dat niet dan die wieken draaien als een gek, zo dan, even kijken, deksels zei de kastelein dit gaat niet goed en zag al een stuk van de wieken wegschieten zo over het dak van de buren, maar even bellen met de brandweer, ja zei iemand anders, en met een molenaar hij moet uit de wind, zogezegd zogedaan, de stukken van de wieken lagen her en der verderop in het dorp. De vrijwillige molenaar en de brandweer waren net op tijd bij de molen, want de rook kwam er al boven uit. Gelukkig kregen ze de wieken uit de wind en kon de rem er weer op. En de rook kwam door dat de houten onderdelen heel snel overelkaar heen liepen en door de hitte ontstond al rook, waren ze 10 minuten later geweest dan was de complete molen afgebrand en mogelijk ook de omliggende huizen. Want met windkracht 8 is er geen houden aan.Gelukkig voor de Noordhorners is de molen er nog en is het tijdens de wintermaanden een echte blikvanger met al zijn lampjes.(samen met de kerstboom natuurlijk maar daar komen we later op terug).

En is het voor de vrijwillige molenaars natuurlijk prachtig dat ze dit in stand kunnen houden.

 

 

 De molen van Noordhorn

 

Advertenties

De jaarwisseling……

december 28, 2018

Net als de rest van Nederland wordt de jaarwisseling in het Groningse Westerkwartier en omgeving uitbundig gevierd. Zo zijn ze altijd bezig in de regio met carbid schieten, scheepsdynamiet was ook een paar jaar een hype complete muren werden omgeblazen door de toen al baldadige jeugd, ook sneuvelde er her en der wel wat ledematen, door strijkers bij elkaar te doen en er een bom van te maken. Ook in Noordhorn ging het er nog wel es ruig aan toe, de laatste jaren beperkte dit zich tot wat uit de hand gelopen vreugdevuren waar wat ramen tot een woning uitgeblazen zijn, dat kwam door de hitte de voorzetramen vlogen er gewoon uit en de verf begon wat te bladeren, maar dat stelde eigenlijk helemaal niets voor vergeleken met het gekke gedoe van jaren ervoor.

page15_clip_image006

Zo regelde de kastelein met de jongens die vaste klant bij hem waren, en die wat hadden uitgevreten het jaar van tevoren, dat ze hem maar moesten helpen tijdens de jaarwisseling in het café zodat ze nog plezierig in de gaten werden gehouden.

In die woelige jaren moest menigeen het ontgelden, zo was het de gewoonte om bij ieder huisje waar licht brandde in de nieuwjaarsnacht om daar de beste gelukwensen af te geven voor het nieuwe jaar en dit te beklinken met een borrel. Maar lang niet iedereen zat daar natuurlijk op te wachten, maar er waren natuurlijk ook mensen bij die vonden dat erg gezellig, dan waren ze er zeker van dat er niets bij hun werd uitgevreten, althans daar gingen ze vanuit. Zo ook de brugwachter die bij de brug woonde in het dorp daar zaten de hele avond twee vrienden en die konden ook goed met het gezin overweg maar toen ze weggingen konden ze het toch niet laten om de slaapkamerramen even te gaan kalken, of ze er ooit achter zijn gekomen???

 

cropped-interieur-jaren-801.jpg

 Zo moest de fietsenmaker het ook altijd ontgelden, en dat liep niet altijd zo goed af, de man die had ook nog een benzinepomp, en werd door zijn buurman altijd met oud en nieuw geplaagd die bleef maar gooien met rotjes (de hele boel had wel kunnen opbranden, of ontploffen). Er was zelfs een jaar bij waar bij de jeugd met een fietsenstalling, dwars door zijn grote deuren van zijn werkplaats heen vlogen, daar zijn nog een aantal jongens voor opgepakt, als de man er gewoon een kistje bier had neergezet voor de jeugd, was er waarschijnlijk nooit iets ergs gebeurd, maar ja das altijd achteraf.

Zo was het ook altijd de gewoonte om te gaan slepen, de wagen van de melkboer werd door een groepje van 20 man opgetild en achter de openbare school neergezet bij het fietsenhok (was er misschien zelf ook wel bij), de kastelein kon de volgende dag zijn boerenwagen weer ergens uit het dorp weghalen en meer van die gekkigheden.

 

img2

Het was altijd feest in de kroeg tijdens de jaarwisseling, zo hadden de meeste vaste klanten vrij drinken ’s nachts, dat was weer de reclame van de kastelein.

Zo zat er ook een jongen beetje punkerachtig, en die wou ook wel wat drinken en hij woonde in het dorp, maar kwam alleen als het gratis was. Zo zei de kastelein, wat wil je drinken jongeman? “Geef mij maar een warme chocolademelk met slagroom”, wel verdomme zei de kastelein het is hier geen ijsbaan der uit op gedonderd, de hele kroeg lach blauw van het lachen en de jongen droop af, zo waren er nog wat patiënten die nooit kwamen en vroegen om Whisky oh is goed zei de kastelein doe maar zes gulden, maar eh stamelde de man het is toch gratis? Ja, zei de kastelein voor mijn stamgasten zie je hier anders ook nooit het is graag of niet. Die man droop ook af, zo zei zijn vrouw en nou ophouden met die onzin je geeft ze gewoon wat te drinken het is feest. Ja, ja zei de kastelein maar kon dit niet laten en bemoei je je er niet mee hahahahaha

Nieuwjaarsdag was altijd heel gezellig in het café, de kroeg in Noordhorn was ook vaak de enige in de regio die open was en ze kwamen dan ook van heinde en verre. Ook kwamen er wel figuren die je liever niet zag, maar die moesten zich wel gedeisd houden anders werden ze er gewoon uitgemieterd, maar het was een feestdag en ze wilden zelf ook geen ruzie. Meestal kwamen de eersten gewoon om tien uur weer binnen of ze hadden even geslapen of helemaal niet. En gingen gewoon weer door met feestvieren, de kastelein ging s morgens eerst even kijken bij de schuur of er ook iets vernield was en natuurlijk om zijn beesten te voeren.

Het was meestal al snel weer een gezellige boel, zo was er ook een jaarwisseling en bezocht boer Piet ook het café, er hing een leuke sfeer in het café, de mensen waren niet dronken maar wel heel gezellig, oh zei er een daar heb je die gekke boer ook weer. Ja, zei er een, de dag voor de kerst liep hij de winkels af te struinen om te zien of de kalkoenen al afgeprijsd waren die zuinige rotboer. Ho, ik vang hem straks wel zei de kastelein, dat komt wel goed. “Iedereen” nog de beste wensen riep de boer, ja zeiden een paar dames er wordt niet meer gezoend je bent te laat. Zo’n schoonheid was de boer ook niet de dames hadden groot gelijk, hé, zei een van de dames wat een leuke hoed heb je op, dat duurde niet lang meer een van de dames graaide de pet van de man zijn hoofd af en zette hem op, de boer begon al wat te protesteren maar de kastelein gaf hem gelijk een pot bier en hij glunderde als een blij kind.

Mijn nieuwe hoed riep de man wees er voorzichtig mee, nou ja daar hadden ze dus helemaal geen boodschap aan. De boer werd dronken gevoerd, en zijn nieuwe hoed werd aan het eind van de avond vol geschonken met whisky en andere sterke drank en werd door een van gasten in de brand gestoken, en op straat gegooid hij brandde als smeer en de hele straat was mistig van de rook. De boer wist de volgende dag niet meer wat er gebeurd was, maar vond het wel gezellig, maar wist niet maar waar zijn hoed was gebleven, en heeft hem uiteraard ook nooit weer gevonden.

Die zelfde avond was het groot feest, sommigen stonden boven op de tafel te dansen en er zat één stomdronken onder de tafel, het was al weer vroeg in de ochtend zes, of zeven uur voordat de laatste naar huis gingen enige wat ze zeiden: “moet kennen in 1980”

Jarenlang is er altijd feest geweest en het was meestal wel gezellig.

molennoordhorn

Fijne feestdagen en een gezond en gelukkig 2019 toegewenst.

december 25, 2018

nieuwjaarsgroet.jpg

Kerst in Noordhorn……….

december 22, 2018

Jarenlang werd er altijd kerstkaarten georganiseerd in de kroegen van Noordhorn, maar de een na de andere stopte er eigenlijk mee. Ook in het kleine kroegje naast de molen werd dat jarenlang georganiseerd de vaste stamgasten hadden er maar een hekel aan.  Er zaten dan altijd mensen die er anders nooit zaten. En, ze waren hun stekkie een paar uur kwijt, dat was de heren helemaal niet naar hun zin.

Hoe konden ze dat oplossen? Gewoon de dieren die nog leefden zoals kippen en dergelijke loslaten lopen in de kroeg, het werd een grote bende en de kasteleinsvrouw, had er gauw genoeg van, de kastelein lachte maar wat en schol van rotjongens. De mensen die er zaten te kaarten vonden het helemaal niets de kastelein had er eigenlijk ook wel schoon genoeg van, hij kon meestal de beesten slachten en daar was de kasteleinsvrouw helemaal niet mee eens, laat ze dat zelf doen die “stinkerij” hier, altijd in de schuur. Het kerstkaarten werd dan ook maar afgeschaft, en de vaste stamgasten zaten weer kerst te vieren in de kroeg.

Zo werd er door de gemeente ook altijd een kerstboom geplaatst vlakbij de kerk bij het voormalig kleding fabriekje Paluno, waar nu tegenwoordig woningen zijn, de baldadige jeugd verwijderde meestal de lampen. En gooiden die dan stuk op straat iedereen ergerde zich daaraan,

Dat ging jaren zo, totdat er een was die zei: ‘dat is geen boom, dat is een struik”. Dat kan veel beter, die boom van 3 of 4 meter is veel te klein. Hij werkte bij een plaatselijk tuincentrum en regelde een boom van 12 meter inclusief lampen. Dat zette nog een paar jongens aan het denken.

 

Zo is ongeveer het idee ontstaan van:

 

“DE HOOGSTE KERSTBOOM VAN HET NOORDEN”

 

In het begin stond er een boom van 20 meter, dat was al een hele verbetering, iedereen in het dorp vond het prachtig, maar de mannen waren er zelf nog niet helemaal tevreden mee, ze wilden in ieder geval dat de boom hoger moest dan die op de Grote Markt in Groningen, een van die initiatief nemers had eens een opmerking gemaakt tegen de jongens van Noordhorn over hun boom, iets in de geest van, “wat willen jullie boertjes nou klaarmaken met je boompje”, dat was ergens gebeurd in de bossen van Schoonloo.

Nou dat hebben die gasten in de stad geweten ze werden compleet afgebrand door de krant na een berichtje van de kastelein uit Noordhorn,

 

page14_clip_image002

Zelfs de telegraaf werd gehaald met de actie van Eneco Stralend Nederland, en natuurlijk allerlei berichtgevingen in de regionale kranten.

De boom stond altijd op een schitterende locatie bij de Sicke Benningestede bij de Noordhorners beter bekend als de boerderij van “Seibo”, en werd ieder jaar groter.

Zelf SBS6 werd gehaald Piet Paulusma met zijn weerbericht vond het wel gezellig in het Groningse Noordhorn.

Zonder alle vrijwilligers en alle sponsoren was het nooit mogelijk geweest om dit te realiseren, helaas ging het in 2003 mis en de boom viel , vermoedelijk door een enorme windvlaag om boven op het huis van de buren van de boom de schade bleef gelukkig beperkt en alles liep goed af.

Iedereen was natuurlijk vreselijk teleurgesteld en de mannen gaven de moed eigenlijk een beetje op. Maar de kastelein zei van geen geduvel je plaatst de boom in gevolg maar op ons land we hebben toch geen vee meer en als hij dan omvalt, is er niets aan de hand misschien alleen een kater maar meer niet.

Daar ging nog een jaar overheen maar in 2005 stond er weer een schitterende boom en die bleef gelukkig staan. Maar was helaas wel de laatste…..

 

Misdaad loont niet

december 5, 2017

Het was Sinterklaas avond ergens eind jaren 80 begin 90er jaren, de kastelein zat met zijn twee zoons en zijn vrouw in de kamer wat Sinterklaas te vieren, aan cadeautjes deden ze al lang niet meer, maar de zoons zaten natuurlijk wel te zeuren van krijgen we ook een cadeautje pa??? Hij bromde van “Misschien vannacht wel, zeur niet stelletje gekken”. Die woorden hebben hem achteraf nog lang geheugd. De mannen gingen tegen elf uur naar bed en het echtpaar ook, de jongens moesten s morgens weer vroeg aan het werk. Maar van dat werken kwam de volgende dag niet veel van terecht.

 

sinterklaas in de sneeuw

’s Morgens om half vijf ging de deurbel van het café, en ineenkeer een gebrul we hebben inbrekers in de tent. Daar kwamen de heren als idioten in hun onderbroek en t shirt aangerent, de jongste was topfit en had net twee dagen van te voren een kickbokspartij gewonnen en was nog behoorlijk in vorm, de oudste was aan het werk in een magazijn van een supermarkt en trainde drie keer in de week fitnes en gooide meestal zijn lompe lichaam in de strijd. De kroegbaas stond al in de kroeg te brullen tegen de inbreker die helemaal overdonderd was van die aanstormende idioten. Maar de man zag de kans om naar buiten te komen hij sprong over een tafel (net een film) en ging via de achterdeur naar de buiten, de zoons gingen met de vader via de voordeur naar buiten om de inbreker de pas af te snijden, dat ging niet zonder slag of stoot, op de weg naar buiten raakte de jongste zijn vader met een elleboog (hij liep een beetje in de weg), de oudste riep van daar loopt die hufter, en ze doken als snoeken op het iele manneke, maar dat was ook niet een van de minsten, maar hij moest gauw het onderspit delven, de jongste trapte hem gelijk ondersteboven, en de kastelein had de inbreker al bij zijn haren te pakken voordat hij op de grond terecht kwam, hebbes vriend, zijn bril van de inbreker vloog een paar meter verderop de sloot in, de oudste zoon was net oom Dagobert die liep geld te zoeken wat de inbreker in de haast had verloren en wat eigendom van de kastelein was, achteraf had de man het hele huis al doorgezocht behalve de slaapkamers en maakte de fout de achterdeur van de kroeg los te maken waardoor de bel ging en de heren gewekt werden. Toen werd de inbreker aan zijn haren de kroeg ingesleurd en werd de politie gebeld, dat duurde bijna een uur voordat die paraat waren, en ondertussen waren de zoons de inbreker niet zo zachtzinnig aan het ondervragen wat hij had gestolen en waar hij vandaan kwam. Voordat de politie kwam werden er nog een paar rake klappen uitgedeeld want het manneke werd nog vervelend ook, de kastelein vroeg aan zijn vrouw “maak es een foto van onze nieuwe vriend”, maar helaas het rolletje was vol, overal rondom de kroeg vlogen de lampen aan en de buren waren natuurlijk nieuwsgierig maar niemand had het lef om te kijken wat er aan de hand was, de politie heeft later de man maar opgehaald en bedankten de heren hartelijk voor het vangen van de inbreker, wel was er een die vroeg hoe het kwam dat hij bloedneus had, “hij is gestruikeld over de drempel”bromde de oudste, maar niet zeuren, gebeurt niet zovaak dat er gelijk een inbreker word overhandigd.   

politie

Daar ging de boef met de politie op pad, die had zijn sinterklaasavond/nacht wel anders voorgesteld. Volgende dag ging het verhaal van de inbreker natuurlijk als een vuurtje door het dorp en er werd nog jaren over gepraat.

 

De verbouwing………

juli 28, 2016

De verbouwing ging van start en er kwam toch een partij rommel van het dak af, maar het moet altijd eerst een zootje worden voor dat het weer netjes en mooi word.

 

Hier komen een paar foto’s  van de verbouwing

 page21_clip_image002 page21_clip_image004 page21_clip_image006 page21_clip_image008 page21_clip_image010 page21_clip_image012 page21_clip_image013 page21_clip_image014

Het dak gaat er af…………

juli 28, 2016

Halverwege de jaren negentig kwamen de huiseigenaren in de gemeente Zuidhorn in aanmerking voor een subsidie om hun huizen op te knappen de een vond het te duur de ander dacht van laat ik het maar doen, en zo dacht de kastelein er ook over.

Het was om en nabij de bouwvak en het was lekker druk in de kroeg. Ook de zonen van de kastelein waren aanwezig, die waren net als de rest van de stamgasten wel in voor een geintje.

De “keeper” zat al weer te zwetsen en te zweren, hij was de beste keeper en de beste wielrenner en wat was hij trots op zijn race fiets.

De kroeg stond al in de steigers en de mannen waren de keeper mooi aan het “zat”voeren de ene zoon hield hem mooi aan de praat, terwijl de andere zoon samen met een van de stamgasten naar het woongedeelte liepen om als de gesmeerde bliksem de keeper zijn fiets boven in de steiger te hijsen.

 

Met een bord er op van “TE KOOP”, er reden ondertussen wat stamgasten naar het volgende dorp om daar een bezoek te nemen bij een van de gezellige kroegen en het verhaal van de fiets ging al gauw de ronde.

 

Ondertussen werd de keeper al mooi aangeschoten, toen zei een van de gasten(die zijn fiets in de steigers had gezet) en knipoogde tegen de zoon van de kastelein, Hé Prop, moeten we even verderop kijken? Altijd goed zei de zoon hé keeper ga je ook mee? Dan zet ik je fiets wel achter het huis dan kan er helemaal niets mee gebeuren, je bent wel es vaker gevallen en de vakanties beginnen nog maar net, dus maar netjes richting huis dan bestel ik wel een taxi.

Ja, das altijd goed zei de keeper volgens mij word het wel gezellig hahahahaha, we nemen nog één. Er werd nog bier besteld en een taxi gebeld.

Een half uurtje later kwam er een taxi voorgereden, er werd afgerekend en de keeper werd spontaan(hij mocht niets zien natuurlijk) zo de taxi ingeduwd. Op naar het volgende café.

 

Toen we daar naar binnen stapten, ging er een gejuich op, Hé keeper is je fiets te koop?

De man begreep er eerst niets van , toen begon hij te vloeken stelletje ……, en wat denken jullie wel niet…….., wij maar lachen, later kon hij er zelf ook wel om lachen maar op die dag niet meer.

Toen de keeper weg was moest er natuurlijk een foto worden gemaakt.

Toen de keeper weg was moest er natuurlijk een foto worden gemaakt.

Het Statiegeld…….

juni 19, 2016

Op een mooie zaterdagmorgen gebeurde het..

 

Even buiten het dorp was de kastelein druk bezig op zijn boerderij om zijn dieren te voeren, werd er al vanaf het fietspad aan de Frieschestraatweg geroepen is de kroeg al los?

De kastelein schoot in de lach ja kom er zo aan (9 uur s morgens), ga eerst maar even door het dorp…….

De kastelein ging naar huis en verklede zich snel en deed de deur los de eersten stonden al weer voor de deur en dat was in die tijd heel normaal.

Het volk druppelde al mooi naar binnen en de kastelein die vol met grappen zat die begon de boel al een beetje op te jutten en er werd al weer stevig ingenomen. Zo rond het middaguur stapte een van de vaste gasten naar binnen die was net vrij van zijn rit, hij reed met zuivelproducten door de provincie voor allerlei winkeltjes en melkboeren, tegenwoordig is dat er niet meer.

de hoek langestraat schipperstraat

En hij bestelde een biertje en zei tegen de kastelein neem zelf ook maar één ,die nam ook een fles bier  ontdopte hem stak een vinger in de fles liet hem even ploppen (gewoonte bij veel flessendrinker) en zei van proost tegen de stamgast.

viltje

Poeh zei de stamgast dat is verrekte gevaarlijk wat je net deed. HUH  zei de kastelein hoe bedoel je dat, nou zei de man gisteravond is mijn zwager zo een vinger kwijt geraakt. Oh zei de kastelein, ja, zei de man zijn vinger zat muurvast in de fles en ze hebben zijn vinger maar geamputeerd in het ziekenhuis. Niet best zei de kastelein en wens hem maar beterschap. Ja zei de stamgast dat zal ik doen.

de vinger

De kastelein zette nog wat bier op de stamtafel  en schonk nog een borrel in bij een van de gasten. En zei tegen de stamgast: “He jong, waarom hebben ze die fles bier niet stukgeslagen en die vinger geamputeerd?” Nou zei de stamgast lachend er zat nog 10 cent statiegeld op,

de hele kroeg lag blauw van het lachen de kastelein stormde met zijn woeste kop  de kamer binnen en heeft daar een half uur zitten te schelden en te tieren omdat ie daar ingestonken was, zo zei zijn vrouw lachend, hebben ze je eindelijk een keer te pakken en ze ging maar snel achter de tapkast staan. Rondje van mij jongens Prachtig!!!!

oud kratje

Belevenissen in Noordheurn (ingezonden stuk)

februari 12, 2016

Wel luu as joe een beetje joen lev’n  zitt’n te overdenk’n, kom je al gauwbie joen ollerlijk huus terecht. En dat was ien Noordheurn. Een klaain durp mit een hoop vremde luu dei van waark’n wissen en groag een borreltje lust’n met een solte hering.

 

Mien ollerliijk huus, winkel, stond precies op de houk van Langestroat,Nijstroat en Noorderweg.

Aan de deurgoande weg naar Fraaislaand woar mien moeke geboren was en aaigenlieks naait veul met Grunnings haar want ien heur haart was ze een Fraaizin, moar Pa de lapkejeude zo as d’r veul mense’n tegen hem zeeden,haar sien zoak doar en zaai mos wel mit doun, en doar sloagde ze wonderliek wel ien.

Ons Moeke kon alle kaanten op, of ’t de domnee was of aain dei altied ien geut lag, zoals Geert Jonkman, oet de Nijstroat zaai haar veur elk een vrundelijk woord.

Ze naaide veur veul vrouluu bie ons ien’t durp jurken en gerdienen en as d’r een old mens

s’oavnds kwam te pass’n zo as dat toun haitte, zat’ mien zuster Gretha en ik voak ien achterkoamer

ons huuswaark te moak’n en din kwam vrouw Bosma ken ik mie goud herinner’n de koamer ien, ien heur ondergoud, mit aarms as poaskestoet’n zoas mien pa den zee en wie schot’n din altied ien de lach, moar vraauw Bosma was al laank blied dat ons moeke heur een nij klaaid moakte, en dat dei jongeluu zich naait beter kond’n gedroagen haar ze gaain muite mit.

 

Een dochter van vraauw Bosma: Elizabetje, was ik ien vakantie altied met her aan ’t bessen plukk’n bie Jenne Hummel, op de Noorderweg. Elizabetje wol altied groag met mie plukk’n en as wie weer een kilo plukt hadd’n, zee ze,: Even een sigaretje draaien Pietje, magst wel kiek’n, moar naait aankomm’n: Tilde een grote borst oet heur vuurrooie blouse en doaronder lag heur pakje Javaanse Jongens…..

Toun onze buurman kapper Job Visser een kop koffie bie ons dronk, zee moeke, sal ik d’r nog moar aain ien doun Job ? zee Job: groag Griet moar din aain zunder spelden. Mien moeke was coupeuse west ien stad en  zat mit al heur naaierij altied onder de spelden…..

Noast ons woonde ien ’t aarmenhoes van diakonie een doofstomme vraauw, Trientje Driest. Zaai was een vrijgezel en kon goud mit pa overweg. Ik denk dat ze een beetje gek op manluu was, en as ons moeke din zee:

Tou Gerrit moak eens ev’n een dansje mit d’r, din zee Pa: Hol op dat wief stinkt as een meert(bunzing), moar noa wat aandringe’n van moeke , din hoakte pa ien mit sien kromme aarm, en haar Trientje Driest zoon lol, dat wie dubbel lag’n ien winkel.

Trientje was vaste naaister bie een aantal boer’n ien ’t durp en verdaainde ze een poar cent’n mit verstell’n en haar de kost tou.

Wie as kwajonges schot’n mit wiendbuks op heur achterwaark, woar ze altied een blaauw kamgoar’n mantel over haar. Ze kwaam din bie ons moeke kloag’n en kreeg ik d’r van laangs……….

As ons Pa een nei pak laait moak’n veur een klant, din was Boekeloo, de kleermoaker oet Suudheurn de man dei had een zoak ien Nijstroat.                      ’t Touval wil dat deze man doofstom was en vraauw Boekeloo ook. Zai hadd’n ook gaain gewone deurbel en as ik met pa doar kwaam din zee d’r: most moar aains kiek’n wat veur bel zaai hebb’n….

Ien de kleermaokerij van Boekeloo hing een grote dot vodd’n bov’n de waarktoafel en as er aain bie deur,was en aanbelde vloog de dot vodd’n de lucht ien en wissen zaai, dat er aain was.

Zoaterdag was aaigenlieks altied een topdag veur ons Pa en Moeke, din werd d’r veul klaanten aan teunbaank west en summers veural kreeg ik de opdracht om eerdbaaien te hoal’n bie vraauw Jonkman op de Achterweg en dat was nogal een grote volle vraauw, aain mit twei liev’n. Dei zee din: most mie wel ev’n mit help’n zuiken, Pietje…….

Ze kon zulf slecht bukk’n en ik at onder ’t plukk’n ok nog een half pond d’r bie op…..

Bie summerdag was er ok altied de heringkar oet Hoogkerk van de partij. De luu hadd’n de familienoam : de Vries moar mien moeke zee altied: de Konquelinekes komm’n dr’ aan. Wie begrep’n nooit hou ze an dei noam kwaam, moar mien vraauw zee loater, zo haitte dat peerdje van Marten de Vries: Kalineke. As de kar weer 20 meter verder mos, zee Marten:Komkalineke, en t’ peerd sleepte de heringkar 20 meter verder, vandoar dei vremde noam, want wie dochten dat ze zee: Konquelinekes, ’t leek wel Fraans……..

Noordhorn_-_Hoofdstraat

Marten haar altied een prachtig wit woassen en streek’n jasje aan en har een blauw schoetje veur. De heringkar was een prachtig blank gelakte kar mit een fjordenpeerdje d’r veur. Alles blonk en Marten werd maistal vergezeld van sien zeun: Tienko. Dei zurgde d’r ook veur dat sien Pa,  Marten naait teveul jenever kreeg onderweg.

Ze hadd’n de vaste gewoonte bie cafe Joager, om een uur of vief te stopp’n en din werde’n de eerst verdaainde centen omzet ien draank. As ze din stopt’n bie ons op de houk, kwam Marten maistal ev’n ien winkel of d’r nog wat herings sliet’n kon en hai wis ook dat ons Moeke ien Hoogkerk woont haar en wol altied groag ev’n een dansje moak’m mit her.

Dus Marten mit een blaauwrooie kop stief van draank en solte heringlucht was de koning te riek as d’r ev’n een vraauw vuilde en laip op sien gele klompkes al daansend de winkel oet.

Onthol deze kar goud, want dat komt straks terug ien mien leste verhoal……

oude haringkar met paard

oude haringkar met paard

 

Doarien heb ik de noamen wat veraanderd, veur ’t geval d’r nog aain leeft van de familie…..

Het allerleste van vrouw Fledder heb ik d’r sulf bie moakt……….veul plezaair.

Een andere klant van mien moeke was een man dei op strokarton waarkte ien Hoogkerk. Mien olle luu hadd’n baaiden hun aaigen klant’n.

Zo haar mien Pa veul vraauwluu as klaant want mien Pa, dei mocht groag even een gekhaaidje moak’n en dat vond’n veul vraauwluu zo oardig, dat ze gierde’n as katten ien t’ veurjoar.

De klant van mien moeke neum ik moar Dieksterhoes een man met een kop zo graauw as de karton oet de fabriek, har de gewoonte zo aain keer ien de twei moande’n noar stad te goan mit de Gadobus en zucht wat vertier ien joe wel bekende kroeg’n.As d’r din weer noar Noordheurn kwam, ging er eerst oet de bus noar cafe Joager en dronk zich wat moud ien,  veur de gang noar huus, op Noorderweg.Tegen zes uur kwam d’r bie ons aanschoot’n ien winkel en zee tegen mien moeke: Heb joe ook ev’n een schoetje veur mien luttje wicht?

Sien luttje wicht was een vraauw mit denk ik wel drei liev’n en een kop zo grel as een dunderwolk ien augustus.

Dus dat de man sien vertier sums zocht ien stad of bie een aander was veur de dominee naait te begriep’n moar aain dei de situatie kende, wel….

Noast de  laifdes van de Vishouk haar de man ook nog een laaifke ien ’t durp, vraauw Fledder. Dei heur man was bie gemaainte en dee aans niks as mit emmers drek ried’n veur de luu dei nog naait een moderne cloisetpot hadd’n.

Dizze kerel haar dus altied een luchtje an sich hange’n woar je ook naait groag bie ien buurt kwam’n.

Op een Zoaterddag ien Juli, stond de heringkar bie cafe Joager veur de deur en Dieksterhoes dei de bus oet stapte, sol nog een oafzakkertje bie sien kameroad’n nem’n en din bie  vraauw Beukema op de houk  langs veur een schoetje, moar  hij wer in aains naait goud en vuil dood neer onder de heringkar.

Toun sien vraauw bericht kreeg dat heur man dood onder de heringkar lag, was ’t aainige wat ze zee: Loat hom doar moar legg’n dei swienhond.

Ze wist altied wel dat d’r sien plezair boeten deur zocht….

Twei uur loater schov’n de afleggers ’t liek de koamer ien en de zeuns mit aanhang war’n ok al aanwezig. ’t Olle mens zee, hij mot noakend ien kist, as er toch groag de klere’n oet wil hebb’n din doun wie dat zoo….

Dieksterhoes wer begroav’n en drei wek’n loater was vraauw Dieksterhoes joarig en toun de jongens mit heur vraauwluu bie heur kwam’n zat moeke rerend ien de houk van de koamer.

Mit hort’n en steut’n kwam het d’r oet, och jongens wat spiet mie dat pa noakend ien de kist legt.

Nou de jongens kek’n mekoar an en zeden: nou moeke dat is naait zo’n toer, de grond is nog fris en as ’t duuster is straks groaven wie de kist op en joe met onze  vraauwluu trekk’n hem wat kleren an en ien een uur is alles achter de rug.

Zo gezegd zo gedoan, en de twei zeunen nam’n elk een schop met en hadd’n de kist al gaauw te pakk’n. De vraauwluu stond’n met een plastic zak, met kleren van Pa bie de beukenheeg te wacht’n op een seintje, van de jongens.

De jongens tild’n de deksel van de kist en zagen niks anders dan een papiertje onder ien kist…..

“Jongens ’t spiet mie, moar ik leg drei groav’n verderop bie vraauw Fledder……”

 

 

Excuses veur mien Grunningse schrieverij,……. tot aander moal.

 

 

Stürmweer bie Mokkenburg….(ingezonden stuk)

februari 11, 2016

Ons overbuurman was bakker Menko van der Sluus trouwt mit Geertje.
een vrouw met een vuurrooie kop dei de klanten ien de winkel hielp as
Sluuske,
zo neumde mien moeke de bakker mit stoetkörf langs sien klanten ging.
Geertje har maaistal een vuurrooie kop om dat half Noordheurn bie heur op de
houk
stonden vlak veur de winkel van Menko en Geertje, dikke verhoal’n te
vertell’n.
De krinkjespijers stonden letterlijk en figuurlijk veur alle roamen van heur
hoes,
tot grote aargernis van Geertje dei den weer de veger pakte om heur stroatje
weer
schoon te kriegen……

’t Was haarfstdag en d’r stond een dikke wiend moar naait kold.
Voak ging ik den even snouken bie  Mokkenburg, veural as ’t zuk roeg weer
was.
Ik zag Menko mit sien stoetkörf schoeven op sien fiets en zette sien handel
tegen een  lut boomke an, toun d’r bie de Wieringoa’s probeerde wat stoetjes
te sliet’n.
Of ik biet har of dat de wiend in aain keer zo tekeer ging, waait ik naait
meer, moar
ik keek woar ‘Sluuske’ bleef en aain keer zag ik de heule fietse mit de körf
vol stoet’n
de sloot ien goan…….
Sluuske laaip al naait zo best en kwam hinkelnd noar mie tou of ik hom
help’n wol….

resize-of-schip-in-de-schipsloot-langs-de-mokkenburgweg

Schipsloot bij de Mokkenburg

Wat mie opvuil dat hij naait tekeer ging as een slootwaarker moar mit ‘t

haile kakkie
weer noar hoes ging veur neie stoet’n. Sluuske was naait zo gauw benauwd,
bleek loater.
Toun de melkrieder Jan Drenth terugkwam vanof Griepskerk met sien twei
zwarte peerden
sloug ’t haile span bie Cafe Giezen op hol . Ik zaai ze nog ankommen met
veul gekletter van
iezer op de stroat en ien vol galop kwamen ze richting de Nijstroat……..
De peerden konden de bocht naait kriegen en vlogen bie ons over het
troittoir en vuilen as spantje tegen de vlakte. ’t Was een roar gezicht
schoembekkend lagen ze doar, twei zwarte peerden hailendal ien thoes mit de
leidsels. Er was gaain mens dei
ien de buurt duurfde te kommen. Plotsklaps stond ‘Sluuske” in sien
bakkerstenue mit
een lang mes bie de peerden en sneed de haile boudel lös. Ienmiddels was ok
Jan Drenth
weer bie bov’n woater en hijgde nog meer as sien peerd’n. Toun ’t haile spul
weer oet thoes
was kon Jan Drenth  noar de Achterweg, wat tegenwoordig geleuf ik
Oosterweg hait….
Jan Drenth woonde noast ’t kleuterschoultje van juffrouw Zaagman.
As je over de Achterweg fietsten en keek ien de roamen van Jan Drenth zag je
allaain moar vouten ien de lucht. Moeke en Martje Drenth hadd’n altied
vouten op toafel.

Dezelfde lokoatie woar Sluuske sien bakkerij har was ok veur olle
Noordhörners
een pleisterploats……
Steevast kwam Haanje Brilstroa mit Orend Overkamp (de opa van Tineke) heur
herinneringen
wat ophoalen…….
Oarend Overkamp har een zak onder aarm; mien moeke dei net even an ’t stroat
vegen was, zag dat de zak bewoog. “Wat heb joe doar wel ien die zak”, vruig
ze?
“Och een knien dei ik slacht’n mot zodoadelijk” en ging op de zak zitten,
bie “Sluuske”
ien de vensterbank…….
resize-of-molenbakkerij-1908
Ien dezelfde bocht bie bakker Menko en Geertje kwamen ien de baaitencampagne
veul vrachtwoagens laangs dei allemoal mossen terugschoakelen omdat de
Langestroat
aaigenlijk een oetloper was van de Hondrug en as je terploatse kieken zaai
je ’t hoogete-
verschil richting de meulen…..
Mien kameroadje ien dei tied was o.a. Meerten Schuitemoa zeun van olle Jan
Schuitemoa
en Martje, dei een stelmoakerij har noast dikke Sijtse de Vries de
fietsmoaker.
Meerten was een klaain ventje maar was lenig as een oap en klom bie de
geringe
snelheid van de baaitenwoagen aan de achterkant bie de netten omhoog en
gooide
de baaiten erof zoveul d’r kon.
Dei verkochten wie s’middoags weer an van de Kloet een klaain boertje ien de
Moushörn.
Dat waren onze buuscenten om karbid te kopen veur Ollejoarsdag……

Job en Doede……(ingezonden stuk)

februari 11, 2016

Job was een zeun van Egbert Renkema een lange kerel dei trouwt was met
Margreet die enigszins brouwde en van oorsprong een Duutse vrouw was.
D’r waren verscheiden Duutse vrouwluu bie ons ien ’t dürp dei mitkommen waren, met heur manluu toun de oorlog veurbie was.

Egbert har een toentje an de Noorderweg en laait ons as kwoajongens de
baiten op aainen zetten, wel oet de landbouw komt waait woar ik over proat.
As de boontjes d’r ien mossen, dan har d’r een stuk electtriciteitsbuis ien
hand woar d’r een boontje deur hen glieden laait. Zo huifde die lange Egbert naait op knijen ien toen.
Egbert en Margreeth hadden een zeun, Job, dei naait zo begoafd was as sien
pappe en was ien sien jonge joaren ien een tehoes west, zoas mien moeke ons vertelde ien Belgie. Moar op loatere leeftied ik denk dat de man goud daartig joar was kwam d’r
weer thoes ien Noordhörn en was al gauw kammeroad mit Doede Geertsma oet de Moushörn.  Doede har wat met sien nek dei d’r nooit stil hollen kon.
Sien Pa was old iezerkoopman en kon sien zeun Doede goud gebruken bie sien handel.
Doede was altied bie ’t pad met een bakfiets om old papier te verzoamelen.

Job en Doede war’n onoafscheidelijk en gingen voak even op pad, en zoas ’t spreekwoord
luudt: ‘ze gingen achter de muziek an’.
Tegenover het station in Suudhörn was een muziektempel en doar speulde voak
op Zaterdagoavend of de Harmonie moar bie summerdag ook voak de
Mandolineclub van Fokke Buursma, de voader van Ellie, dei trouwd is mit Anne
Visser.
Dat waren de uutjes veur Job en Doede……

12744619_1050708158285983_62442395345800707_n

muziektempel op de achtergrond

Job kon naait fietsen, moar de jongens van Derk en Ant Diekstroa oet de
Moushörn wissen doar wel road op en zeeden tegen Job: “vanaovend zellen wie die t’
fietsen leren Job”.
s’Oavends om een uur of zeuven din heurde je ’t spektoakel al ankommen,
schreeuwen as marktkoopluu tegen Job, stuur recht holl’n, moar vingen Job al weer op as
d’r tegen de vlakte ging.
Moar as ze zo een uur mit Job an   ’t ‘lessen’ waren, was, gingen ze noar ’t Gollen Houkje
en schoven Job met fiets en al ien sloot. Job veurop de Nijstroat ien as een verzopen kat op noar sien moeke. Job jammerde as een
vrouw dei ien de kroam gaait veur een twaailing………
” die rutzakken hebben mie ien sloot drukt”. Moar de mensen zeeden: “Job
astu deurzetst den kist du vroug of loat mit Doede op pad en huifst naait meer lopen.
Deze vertoning was altied wel aain keer ien week bie summerdag en de maaiste mensen
harren d’r ok nog wel lol an. Job het ’t nooit leert en bleef met sien dikke rooie kop lopend
goan noar de muziektempel ien Suudhörn.